Luk van Driessche is directeur van de Wackers Academie. De titel van zijn expositie is ‘Dealing with the past’, verwijzend naar zijn verbintenis als jongere aan de stichting Castrum Perigrini, meer dan 50 jaar geleden. Door leden van de stichting werd Luk van Driessche in de jaren ’70 opgemerkt en ‘uitverkoren’. De stichting staat de afgelopen tijd in slecht daglicht in de Nederlandse pers. Met deze serie schilderijen heeft Van Driessche zijn verleden beter leren begrijpen.

Sam Drukker, bevriend kunstenaar en docent aan de Wackers Academie, maakte een selectie uit Van Driessche’s werk van de afgelopen 2 jaar, en dat resulteerde tot deze tentoonstelling.

Tevens heeft Sam Drukker de expositie geopend.

Lees ook het interview met Luk van Driessche in het Parool:

#Dealingwiththepast

luk van driessche parool

 

Toespraak Sam Drukker – opening expositie

Dealing with the Past                                                                                                                           16.III.19

 

Onze Academie heet een “Figuratieve Academie” te zijn. Dat is onze vlag. Je kunt er leren schilderen door te leren kijken. Kijken naar de zo complexe werkelijkheid. Die werkelijkheid die zo veel gelaagder, verwevener en ogenschijnlijk ondoordringbaarder is dan het lijkt. Door objectief te leren kijken, neem je waar zonder beïnvloeding van wat je al weet, dat alles wat je kan en zo afschuwelijk veel dingen die je  je snapt. Dat is belangrijk want om te zien wordt je nogal beïnvloed door die hersenpan. En vaak heeft dat niets te maken met de werkelijkheid. Dit te leren  is niet gemakkelijk en kost jaren van inspanning. Als het al in je bereik ligt.

Maar uitsluitend waarnemen is voor een kunstenaar nog niet voldoende. Het “goed worden” schept al snel bewondering van  buitenaf, maar kan uiteindelijk nooit het doel zijn en is op de lange termijn niet interessant. Om geen algemeenheden te willen schilderen Veel belangrijker is het om dicht bij jezelf zien te komen. Dicht bij jezelf komen is ook al niet gemakkelijk. Ook hier speelt die akelige hersenpan vaak een dominante rol. Omdat het niet sexy is, of omdat je bang bent voor de consequenties of gewoon omdat je niet weet hoe een schilderij er dan uit gaat zien. Het is niet gemakkelijk om bij elke keuze die je als kunstenaar moet maken de meest persoonlijke te kiezen. Zo wil je wel licht en luchtig, maar het wordt steeds weer donker en zwaar. Zo wil je wel stil en eenvoudig, maar wordt het chaotisch en los. Misschien denk je aan hemelse ruimte, maar komt een plat eendimensionaal beeld.

Vroeg of laat, laat een kunstenaar zijn helden en voorbeelden vallen en heeft hij alleen nog zichzelf. Er komt een moment in het atelier, dan kun je er niet meer omheen. Die laatste duistere kamers die je,  met een grote boog, steeds wist te vermijden. Ze komen ooit aan de beurt. Het is niet de gemakkelijkste weg maar hij is onvermijdelijk. Omdat een zoveelste vaasje op een kleedje gewoon onbevredigend is. Maar ook omdat je steeds minder hebt te verbergen.  Maar vooral: omdat het gewoon in de weg zit. (of moet ik zeggen: op je pad komt)

Luk van Driessche is een kunstenaar die dicht bij zichzelf is gekomen. We staan hier te midden van 6 schilderijen en 12 tekeningen gemaakt in de afgelopen paar jaar. We zien kluwen van personen, dicht op elkaar, staan ze frontaal ons aan te kijken. Er zijn stokken of geweren, zwaarden, trappen of tafels. En vissen. Het verticale en horizontale ritme wordt soms onderbroken door een diagonaal liggende figuur. Bloot. Een meisje? Soms lijkt de tengere vrouw op de schouders genomen. Maar altijd te midden van een bedrukkende menigte. De mensenstapeling in de schilderijen staan in een gloedvolle nacht. Er is ondanks de beklemming ook iets van sensualiteit net zoals de uitvergrote meisjeslijven liefdevol zijn geschilderd. Hun hun ranke lijf, bleke huid, hun kleine borsten. Diep ultramarijn steekt het hoopvol af tegen de chaotische en ondoordringbare kluwen.  De tekeningen en de schilderijen zijn onheilspellend, beklemmend en benauwend.  Ze geven zich niet makkelijk bloot.

Kunst die onbehaaglijk is verward ons. Het doet ons wegkijken. Luk van Driessche keek niet weg maar maakte van onbehagen  zijn onderwerp. Hij noemt de serie “Dealing with the Past”. Dat klinkt alsof hij zelf ook ooit weg heeft gekeken. Maar vroeg of laat komt het op je pad. Dat Luk zo dapper is zijn onderwerp aan te gaan maakt hem nog niet tot een goede kunstenaar. Dat doet het feit dat hij een reeks zeer sterke aangrijpende beelden heeft gecreëerd die ons doen zwijgen.

 

Sam Drukker

 

Toespraak Luk van Driessche

 

Dit is een toespraak waar ik tegenop zie. Ik hoop dat het lukt.

Het idee van een expositie: Sam zoekt werk uit en richt de expositie in.

De titel. Het onverkoopbare werk?
Dealing with the past. Werk van de laatste twee jaar.

Wat begon er twee jaar geleden.
Interview Annet Mooij waar ik in eerste instantie niet aan mee wilde werken.
De betoverende herinneringen van Joke Haverkorn aan Wolfgang Frommel.
De beide interviews met Frank Ligtvoet en Christiane Kuby in Vrij Nederland.
De toespraak van Thomas Karlauf voor het George gezelschap in Duitsland.
De gesprekken met Christiane Kuby die op de Herengracht leefde en nu met haar herinneringen bezig is. Lezen.
Het interview met Nanne Dekking in het Financieel dagblad. Mijn getuigenis voor de commissie Boudin.
En gisteren een twee uur durend interview met Het Parool.

Het waren onrustige jaren. Ik praatte voor het eerst over mijn verleden. Mijn verleden kreeg andere woorden. Een oudere vriend werd een misbruiker, een vriendenkring werd een sekte.

Wat is Castrum Peregrini?
Kent haar ontstaan in de Tweede Wereldoorlog op de Herengracht 401.
Gisèle d’ Aily van Waterschoot van der Gracht ontmoet de Duitse dichter Wolfgang Frommel. Deze leeft in de geest van de Duitse dichter Stefan George. De gedichten van George staan centraal. Zij dienen als instrument om jongeren op te voeden. De kleine elite. De pedagogische Eros.
Frommel krijgt het voor elkaar dat twee Joods Duitse jongens onderduiken op de Herengracht. Buri en Claus Victor Bock. Bock heeft hierover een boek gepubliceerd. Untergetaucht unter den Freunden. Na de oorlog in de vijftiger jaren word het Duitstalige tijdschrift opgericht en zal tot in de tachtiger jaren vijf maal per jaar verschijnen.

Ik ben 15 en woon in België. Ik word ontdekt. Ik word bijzonder gevonden en uitgenodigd naar Amsterdam. Ontmoet Gisèle  en Wolfgang, Buri, Thomas, Christina en Claus en ook mijn oudere vriend. Later ontmoet ik ook Michael, Frans en Jan Petrus, het huidige bestuur van het Castrum.

De Herengracht lijkt op Neverland van Michael Jackson maar dan vol met Europese, humanistische traditie en cultuur. Vooral Duitse literatuur maar ook de Griekse tragedies, de toneelstukken van Strindberg komen aan mij voorbij. Ik lees en zuig mij vol. Ik vertaal, en mijn Duits wat beroerd was op de middelbare school is mijn tweede taal.

Er zijn feesten. Er zijn alleen maar mannen, dat zijn de vrienden. Er worden gedichten van George gelezen. Er wordt gegeten, gediscussieerd en op de afwezigen gedronken. Het is een roes. Het is een feest wat in de vroege uurtjes eindigt. Er zijn soms wel 40 deelnemers uit Duitsland, Nederland, Frankrijk, Zwitserland, Italië en België.

Ik wordt bijzonder gevonden, ik ben uitverkoren. De schaduwkant is het misbruik. Ik heb een oudere vriend. Het misbruik is de macht die ik hem toeken. Hij is mijn meerdere.

Na mijn academietijd verhuis ik naar Amsterdam en krijg onderdak bij Castrum. Het samenleven met mijn oudere vriend gaat niet. Ik probeer afstand te nemen. Ik verhuis.

Ik ontmoet Saskia mijn vrouw. In een van de panden van het Castrum worden onze eerste twee kinderen geboren. Frommel overlijdt. We verhuizen weer en alles wordt stiller.

Ik heb mij steeds afgevraagd waarom ik van die schilderijen maak. Ik denk niet na als ik schilder. Ik kijk, reageer op vorm, op kleur, ritme, rust en aandacht.
Het schilderij komt langzaam werkend tevoorschijn. En daar staan ze dan. Al die figuren. Ze staan weer op een kluitje. Tegen elkaar gedrukt. Ze praten niet met elkaar. Ze kijken voor zich uit. Het is stil. Ze hebben ieder hun geheim.
Ik begrijp nu iets beter wat ik maar steeds schilder.

Dit is wat Sam nu laat zien.

Dank je Sam, jij wist een klein beetje, dank je voor je prettige support.