Irma Braat
De realist en zijn leermeester
Naast mijn leermeesters van vlees en bloed - de docenten die mij hebben opgeleid tot schilder - heb ik heel veel leermeesters uit musea en boeken. De vlees-en-bloed leraren zijn zeer aanwezig in mijn atelier als ik schilder – ze hijgen in mijn nek en letten op kwade dagen op elke streek die ik zet. Op goede dagen zijn ze aanwezig als wijze zinnen in mijn hoofd: “ laat die streek staan, daar hoef je niet nog een keer overheen” of “je hebt niet voor niets dit formaat gekozen: gebruik het hele doek” . “Je kunt niet donker genoeg beginnen” en “ stop, ga eerst eens kijken, schilder pas verder als je weet wat je moet doen”.
De overige leermeesters sporen me aan via hun geopende boeken in mijn atelier en de tentoonstellingen die ik van ze bezoek. Een tiental sleutelwerken bekijk ik wekelijks in mijn atelier, omdat ze me weer ijken en oppeppen tegelijkertijd. Aan mijn prikbord hangt een foto van Georgia O Keeffe vanwege haar beslissingen en doorzettingsvermogen, een foto van Matisse-op-leeftijd om me aan te sporen om het schilderij te blijven corrigeren tot ik er tevreden over ben, en een zelfportret van Van Gogh.
Een andere leermeester is Paula Modersohn Becker: ooit een klein boekje van geleend en ik was erg onder de indruk. Mij treffen de stevige en verstilde vormen van haar werk. Ik schilder heel anders, maar houd haar wel in gedachten, soms ook met onderwerpkeuze.
Ik vertaal het niet direct naar een werk in olieverf, maar ergens sla ik de informatie op en dat heeft ongetwijfeld invloed op mijn schilderen.
