Jikke van Loon
De realist en zijn leermeester
Ik zal je eerlijk zeggen: ik heb niet zozeer helden, wel werken waardoor ik bij het ontmoeten zeer getroffen werd.
De enige keer dat ik echt vloek is als ik een fantastisch werk zie. Dan denk ik: Godverdomme wat fantastisch. Vooral als het werk paden bewandelt die ik niet durf te gaan, of als het me op het verkeerde been zet, dan moet ik heel hard lachen dat ik tuk genomen ben. Maar misschien is dat toch net iets anders dan inspiratie.
Als ik terug kijk zijn het vooral werkstukken waaraan ik mij kan spiegelen, of werken die fysiek een grote impact hebben. Zo werd ik bij het zien van ‘who is afraid of red yellow and blue’ letterlijk naar de andere kant van de zaal gesmeten. Fantastisch.
Tegenwoordig mag het van mij allemaal wat subtieler. Zo was Antony Gormley een aantal jaar geleden belangrijk voor mij, hij durft een wereld neer te zetten gebaseerd op ‘energie’ en intentie, bijna religieus dus. Dan voel ik daar een soort bevestiging in dat ik dat inderdaad belangrijk mag vinden. Nu is dat bijvoorbeeld Kiki Smith die in haar laatste tentoonstelling heel veel sprookjes elementen gebruikt wat ik niet zo snel zou durven omdat het zo meisjesachtig is. Los van mij inhoudelijk spiegelen werkt het soms ook op technisch vlak als ik om wat voor een reden dat ook vast zit in mijn werk of iets zoek.
Na het Anton de Kom project (beeldhouwproject in de Bijlmer) ben ik Rogier van der Weyden gaan natekenen. Klein, met potlood op papier, wat een tederheid. Ook ben ik gaan kijken naar de japanners om het aspect tijd en orde (chaos) op een andere manier te leren kennen.